Jonge Amerikaanse muzikanten maken furore met stokoude muziek. Zoals Mandolin Orange. Het duo – Andrew Marlin (29, gitaar, mandoline, banjo, zang) en Emily Franz (29, viool, zang) – treedt donderdag op in Venlo.

mandolin_orange

Succes met stokoude muziek

VENLO  – Liedjes over reizende artiesten zijn van alle tijden.
Meest beroemde voorbeeld is wellicht The load out van Jackson Browne.
De band zit in een grote bus, kijkt video en luistert naar muziek. En vertoeft ’s avonds in hotels.
Zover was zijn roem nog niet gestegen, toen Andrew Marlin Hard travelin’ schreef. Met een knipoog verhaalt de multi-instrumentalist over de doodarme muzikant, die na een optreden ver weg van huis ’s nachts bij fans op een bank slaapt. Het gemis van zijn lief verdringt hij met de whiskyfles. „Het is een oud liedje. Het toeren was anders in die tijd. Slapen deden we op een matje in een oud bestelbusje”, vertelt violiste Emily Franz door de telefoon vanuit thuishaven Chapel Hill, North Carolina. „Nu spelen we voor meer mensen in grotere zalen. Slapen doen we in hotels.”
Hard travelin’ staat op de cd Blindfaller, die eind 2016 menig muziekjaarlijstje sierde en die Mandolin Orange naar een hoger niveau bracht. Haste Make (Hard Hearted Stranger), de eerste cd, zorgde voor de eerste optredens buiten North- Carolina. Tegenwoordig zijn ze meer weg van huis – „drie vierde van onze tijd” – dan thuis. „Afgelopen jaar was een gekkenhuis. Dit jaar doen we het iets rustiger aan”, zegt Emily Franz.
Mandolin Orange grijpt net als hun grote voorbeelden Gillian Welch en David Rawlings terug op bluegrass, country en folk en kneedt deze oude muziekstijlen tot een eigen geluid.  Meer jonge muzikanten uit Amerika beproeven hetzelfde concept en zijn er succesvol mee. De bekendste voorbeelden zijn Cactus Blossoms en de Milk Carton Kids (zie kader).  De ene (Cactus Blossoms) vindt in The Everly Brothers zijn bron, de andere in Simon & Garfunkel en muziek van allang vervlogen tijden.
Emily: „We zijn allemaal beïnvloed door oude muziek, terwijl we qua uitvoering nogal van elkaar verschillen. Het mooie van spelen als duo is dat de subtiliteit hoorbaar is. Veel meer dan dat je met een band speelt.”
Emily leerde als kind klassiek viool spelen. Na haar universitaire studie gezondheidskunde zou ze verloskundige worden. De plannen veranderden plotseling toen ze acht jaar geleden Andrew ontmoette tijdens een jamsessie in een kroeg. Het klikte meteen tussen de twee. Sindsdien zijn ze onafscheidelijk.
Andrew schrijft alle teksten en basismelodieën, Emily maakt daar vioolpartijen bij en verzorgt de harmonyzang.  „Ik groeide op met traditionele bluegrass en zong in een kerkkoortje.  Andrew was meer van Pearl Jam en de metal van Pantera.  Een oude bluesgrass-plaat van Ricky Skaggs en Tony Price bracht hem op een ander pad.
Toen is hij mandoline gaan spelen.  Op een geleend oud, oranje exemplaar. Het verklaart de bandnaam Mandolin Orange.”
Trouwens, zo groot is het verschil tussen bluegrass en metal niet, zegt ze. Die opmerking behoeft een verklaring. Herrie versus fijnbesnaardheid, waar raken die dan elkaar? „Bluegrass wordt vaak razendsnel gespeeld, net als metal. Dat maakt de muziek zo krachtig. Het enige verschil is het volumegehalte, haha.”
Mandolin Orange speelt 9 februari in de Petruskerk in Venlo. Het optreden is uitverkocht.  Dit artikel verscheen eerder in De Limburger en het Limburgs Dagblad.
Advertenties

Delbert McClinton & Selfmade Men – Prick of the Litter ****

delbert
Dan kom je als artiest op een leeftijd dat je je niet meer druk maakt over de vraag of je nog wel hip bent. Heeft Delbert McClinton (76) trouwens nooit gedaan. Dat is zo iemand als Randy Newman en wijlen Captain Beefheart. Die plavei(d)en hun eigen paden. Dat doet McClinton sinds 1972 en hij gebruikt daarvoor blues, jazz, soul en rock. Op Prick of the litter, zijn onderhand dertigste plaat, klinkt hij opvallend relaxed met zijn band The Self-made Men.  Schuifeljazz met blazers en toetsen domineert, af en toe onderbroken door een funkier en harder geluid.  Elf nummers schreef hij samen met andere muzikanten, het twaalfde is een snellere en muzikaal royalere uitvoering van The hunt is on van Percy Mayfield. McClintons stem van schuurpapier vertoont slijt, maar klinkt nog altijd wondermooi en helemaal op het prijsliedje met Randy Newman-signatuur, Rosy.

Bluesrockcountry Tegelen

Er zijn bluesfanaten, die alleen zweren bij de blues en nog eens de blues. Ieder muzikaal zijpad is er eentje teveel. Dat mocht in 1986 Arno Hintjes ervaren tijdens Bluesrock Tegelen. Arno sings the blues, zo stond de gewezen voorman van TC Matic op het affiche. Vooral rockte de Belg. De ene helft vond het geweldig, de andere helft probeerde hem van het podium te gooien met bekers bier. Arno vond het geweldig; nat van het bier gaf hij een toegift.

14196018_721806224626248_5441701786060681872_o
Bob Wayne (Foto Giel Scholtes)

De scherpe randjes zijn er kennelijk vanaf bij de bluespuristen, zo bewees de 33e editie in De altijd gezellige Doolhof in Tegelen. De hillbilly country van Bob Wayne werd met gejubel begroet. Wayne, voormalig bandlid bij Hank III (Williams), maakte er samen zijn vierkoppige band (gitaar, drums, plukbas, banjo) een geweldige show van. Liedjes over dood en verderf werden met een knipoog voor het voetlicht gebracht.  Leuk was zijn gimmick. Wayne speelde op tijd de machinist, die met een haal aan de hendel een trein laat loeien. Op een gegeven moment ging het publiek hem nadoen.

Howlin’ Stone
Organisator Jan Smeets verbreedt Bluesrock om een jonger publiek naar Tegelen te lokken. Hij moet ook wel, want de oude blueshelden sterven uit. Jong talent kreeg volop kans om zich te bewijzen. De Engelse band The Greasy Slicks rockte heel stevig. Hetzelfde deed Birth of Joy, een jong  Nederlands trio dat in dezelfde vijver vist als DeWolff bevindt, met dit verschil dat de liedjes van Birth of Joy strakker zijn.

14188565_1071342839628834_1163970930678898710_o
Howlin’ Stone (Facebook Sjaak Korsten)

Viel er dan helemaal geen blues te beluisteren? Jazeker wel. Zoals gebruikelijk mag altijd een Limburgse band het festival openen. Dit keer was het de beurt aan Howlin’s Stone, de band van zanger/gitarist Tom Janssen. De jongeling met een stem die doet denken aan Louis Armstrong bewees dat blues niet perse hard gespeeld moet worden. Het publiek was onder de indruk van de voornamelijk ingetogen set en riep (tevergeefs) om een toegift. Hoogtepunt was een prachtversie van I put a spell on you.

Barrelhouse
Gitaarbeul Danny Bryant mocht na de tegenvallende zangeres Jo Harman met zijn bluesrock de finale inleiden. Opvallend is dat deze gitaarbeul op het podium veel overtuigender is dan op plaat. Daarna was het de beurt aan Barrelhouse, ofwel Nederlands blueserfgoed. De band rond zangeres Tineke Schoemaker bestaat al, met een onderbreking van een aantal jaren, vier decennia en van enige sleet is geen sprake. De veelzijdigheid van de nieuwe plaat, Almost There, werd ook op podium gedemonstreerd. Dan weer knallend, dan weer ingetogen, met een hoofdrol voor de gitaristen Johnny en Guus Laporte. De toegift was dan ook dik verdiend.
14206116_721806371292900_1956931516406446164_o
Guus Laporte (foto Giel Scholtes)

Lester Butler
De afsluiter in Tegelen was de laatste jaren niet echt spectaculair. Daar bracht de 32 editie van Bluesrock verandering in met een ode aan Lester Butler van The Red Devils. Uitvoerende act: DVL,  een gelegenheidsformatie rond Guy Forsyth (zang, mondharmonica) en drie leden van The Hoax, te weten Mark Barrett (gitaar), Jon Amor (gitaar) en Robin Davey (drums). Forsyth vertelde over de laatste uren van Butler, die in 1998 overleed aan de gevolgen van een overdosis drugs, waarbij enkele vrienden een dubieuze rol speelden. Daarna volgde een uur dynamietblues, met de cd King King van The Red Devils als basis. De rechttoe-rechtaan-aanpak ging wel ten koste van  hypnotiserende werking die van de oorspronkelijke nummers uitgaat. Van de andere kant was het bewonderenswaardig hoe DVL het repertoire herverpakte met veel gitaarsolo’s van met name Barrett. Het publieke riep en kreeg een paar toegiften. Maar klokslag elf uur ging de stekker eruit. (Bart Ebisch/Angelo Lena)

14264228_721806691292868_8637525394592532082_n
Guy Forsyth (foto Giel Scholtes).

Gezien en Gehoord: Bluesrock Tegelen. 3-9-2016. Met: Howlin’ Stone, The Greasy Slicks, Bob Wayne, Birth of Joy, Jo Harman, Fantastic Negrito, Danny Bryant, Barrelhouse en DVL. 

 

Lester Butler ontwaakt in Tegelen

The Red Devils, de bluesband van wijlen Lester Butler herrijst zaterdag 3 september in De Doolhof in Tegelen. Daar vindt dan de 32e editie van Bluesrock plaats.
Schermafbeelding 2016-08-19 om 16.53.42.pngLester Butler, na zijn optreden met The Red Devils op Pinkop 1993. Hij overleed in mei 1998, enkele dagen na zijn optreden tijdens Moulin Blues in Ospel.

DVL, een samenwerking tussen de uit Austin afkomstige Guy Forsyth en diverse bandleden van de Engelse band The Hoax, sluiten Bluesrock af met een eerbetoon  aan de veel te vroeg gestorven Lester Butler.  Het idee voor de tribute ontstond twee jaar geleden in Tegelen. Na een kort gesprek in de kleedkamer tussen beide partijen tijdens Bluesrock vergezelde Guy Forsyth The Hoax op het podium voor een losbandige versie van ‘Going To The Church’ van The Red Devils. De bandleden waren het met elkaar eens: ‘Dit gaan we overdoen’. Na een paar emails over en weer was DVL geboren. DVL is een unieke kans om de muziek van The Red Devils te zien met een vleug authenticiteit, flair en compromisloze energie, aldus Buro Pinkpop.

Tweede publiekstrekker is Barrelhouse, een Nederlandse bluesband die al meer dan veertig jaar bestaat. Een optreden in Beringe eind vorig jaar toonde aan dat de band rond zangeres Tineke Schoemaker en de broers Johnny en Guus Laporte broers op gitaar nog steeds tot de absolute top behoort. Op 2 september, de dag voor Bluesrock, verschijnt hun nieuwe CD ‘Almost There’.

De Limburgse band Howlin’ Stone opent de 32e editie van het festival. De vier muzikanten, met  zanger/gitarist Tom Janssen als spil, spelen de blues met ongekende emotie en energie. Een van de grootste inspiraties is de jong overleden gitarist Sean Costello. De afgelopen twee jaar speelde Howlin’ Stone op diverse bekende Nederlandse bluesfestivals. In 2014 was de rootsband finalist bij de Dutch Blues Challenge. Hier wisten de jonge muzikanten drie mooie prijzen in de wacht te slepen, waaronder een optreden op het Culemborg Blues festival. De derde ep van Howlin’ Stone, getiteld ‘Oh Death’, komt binnenkort uit.

logo

 

Na Howlin’ Stone is het de beurt aan The Greasy Slicks. Deze Britse rockband is opgericht in 2012 en bestaat uit Jack Kendrew (gitaar, zang) Rian O’Grady (drums) en Nathan Rasdall (bas). ‘De muzikale energie in combinatie met hun nauwgezette aandacht voor dynamiek betovert consequent het publiek tijdens hun gepassioneerde live shows, die ook uitgevoerd zijn met precisie en een duidelijke groove’, belooft de organisatie. Na de release van twee ep’s is het wachtren op de debuut-cd.

De Amerikaan Bob Wayne is onze geheimtip. Hij begon als gitaartechnicus bij Hank Williams III – de kleinzoon van countryzanger Hank Williams – die in 2009 op het podium van Bluesrock stond. Inmiddels is deze in Nashville woonachtige countryrocker samen met zijn begeleidingsband The Outlaw Carnies al jaren zelf constant op tournee. Zelf noemen ze hun muziek ‘hellbilly’, gebaseerd op alle muzieksoorten die op -billy eindigen; hilbilly, psychobilly, rockabilly en punkabilly. Na zes reguliere albums, brachten ze in 2015 het album ‘Hits The Hits’ uit. Het album bevat covers van artiesten zoals Red Hot Chili Peppers, Rihanna, The Rolling Stones en zelfs Bob Marley (I shot the sheriff, ook bekend van Eric Clapton). Uiteraard allemaal gespeeld in hun eigen billy-stijl.

Birth of Joy uit Amsterdam is beroemder in het buitenland dan in eigen land. Na zo’n beetje oneindig te hebben getourd door heel Europa en een beetje in Amerika en Afrika – 450 shows in drie jaar – heeft de veelzijdige band zich bewezen als een echte liveband. Hun rockmuziek doet denken aan Emerson, Lake en Palmer, maar dan wel gestoken in een eigentijds jasje.  Ofwel psychotische jams gecombineerd met stoner en grunge, inclusief een punk-attitude.

Nederland is geen onbekend terrein voor Jo Harman. De Britse zangeres verzorgde eerder voorprogramma’s van The Cranberries, Don McClean, Mick Hucknall en Johnny Winter en stond ze in zalen als de Heineken Music Hall, Carré en Paradiso. Door de Britse pers wordt ze lovend omschreven als ‘het beste bluestalent uit het Verenigd Koninkrijk’. Haar stem doet denken aan Joss Stone, maar dan rauwer. Haar debuutalbum ‘Dirt On My Tongue’ blijkt niet alleen bij bluesfans  in de smaak te vallen, maar ook bij liefhebbers van jazz, soul, gospel en country.

Fantastic Negrito is het project van de uit Oakland afkomstige frontman en songwriter met de moeilijk uit te spreken naam, Xavier Dphrepaulezz. Triomf en tragedie gaan hand in had bij hem. Van een miljoenendeal in de jaren negentig tot een bijna fataal auto-ongeluk. Zijn debuutalbum ‘The Last Days of Oakland’ gaat over zijn, zoals hij het zelf noemt, derde wedergeboorte en kwam begin juni uit. Ongetwijfeld zal deze veelzijdige plaat centraal staan tijdens zijn optreden in Tegelen.

De liefhebbers van stevige bluesrock komen aan hun trekken tijdens het optreden van de Danny Bryant. De 35-jarige Brit speelde meer dan 2000 club- en festivalshows. Begin 2016 bracht hij zijn derde studio-album ‘Blood Money’ uit. Gitaarbeul Bryant ziet de plaat het als een hommage aan alle verschillende invloeden waar hij al zoveel jaar van houdt. Gitaargod Joe Bonamassa noemde Bryant ‘een fantastische gitarist, die in staat is om een Fender Stratocaster écht te laten zingen’.

Ook voorverkoop in:

  • Geleen: Buro Pinkpop
  • Heerlen: Satisfaction & VVV
  • Middelburg / Oost Souburg: Pedaal Produkties
  • Sittard: Music Machine & VVV
  • Tegelen: Café de Witte en The Read Shop
  • Venlo: Sounds

 

Shawn Colvin en Steve Earle – Colvin & Earle ***

earleZij overwon drank, hij harddrugs. Beiden hebben een scheiding achter de rug, Steve Earle zelfs zeven. Na zijn breuk met Allison Moorer zocht de zanger, schrijver en acteur twee jaar geleden de samenwerking op met gewezen Grammy-winnares Shawn Colvin. Drie schrijfsessies leverden zes liedjes op over vooral de donkere kanten van de liefde. Ze werden aangevuld met een nummer van Emmylou Harris en drie covers uit de jaren zestig – waaronder een weinig opzienbarende versie van Ruby Tuesday. Buddy Miller zorgde voor een hem wel toevertrouwde ongepolijste productie. Prijsnummers: You’re right I’m wrong en Come what may die niet hadden misstaan op Earles klassieker I feel alright. Tussen het overtuigende begin en dito finale zitten helaas enkele zwakke schakels. Een vierde schrijfsessie had dat euvel wellicht kunnen verhelpen.

Carter Sampson – Wilder Side *****

sampsonAustin en Nashville gelden als ultieme americana-steden. Daar mogen we nu ook Oklahoma toe rekenen. Parker Millsap, John Fulbright en John Moreland komen ervandaan, ook Carter Sampson. Met Wilder side krijgt ze Europa aan haar voeten. Afgelopen maand toerde de zangeres door Italië om haar vierde cd te promoten. Haar gelegenheidsband – Sjaak Korsten (drums), BJ Baartmans (gitaren), Erik de Vries (bas) – deed er op Facebook uitgebreid verslag van, terwijl ondergetekende zich thuis laafde aan haar ijzersterke plaat die kan wedijveren met het klassieke debuut van Slaid Cleaves. Wat mij niet loslaat is haar lenige stem met een kartelrandje en de eenvoudige muzikale structuur van haar tien liedjes, die rijkelijk en gevarieerd worden ingevuld met voornamelijk snareninstrumenten. Wilder side is het dagboek van een artieste onderweg. Sampson, uitblinker in beeldend schrijven, geniet van de natuur, mijmert in Texas over haar ex en brengt tot slot een bezoek aan de kerk van Al Green in Memphis, waar gospelmuziek de duivel doet vervliegen.

Robert Ellis – Robert Ellis ****

albumOnlangs maakte u hier kennis met Sturgill Simpson en Daniel Romano, twee jonge countryzangers die hun muzikale vleugels breed uitslaan.  Zo ook Robert Ellis (27) uit Houston. Zijn afspeellijst op Spotify maakt duidelijk dat hij verslingerd is aan de klassieke countrymuziek van George Jones, Faron Young, Conway Twitty en vele anderen. Op het intieme Photographs bleef hij met zijn lichtelijk nasale en lenige stem dicht bij de bron, terwijl het vervolg The light from the chemical plant opvallend frivool klonk. Op zijn nieuwe, ijzersterke titelloze plaat komen daar uitbundigheid en durf bij. Ellis, een excellent gitarist, wisselt een trits radiohits af met liedjes met onverwachte wendingen, vrolijk getokkel en zowaar een muzikaal ambient-tussendoortje. Om vervolgens op krachtige wijze de finale in te zetten, eindigend in een kakofonie aan geluiden.