Vaders dikke trom maakt furore

Mede dankzij het stralende weer trok Moulin Blues bijna 6000 bezoekers.
Er zit er weer spek op de ribben van de organisatie in Ospeldijk, aldus bestuurslid Jo Evers.

OSEPELDIJK – Het geldt als huzarenstukje wanneer een festivalband het publiek tot aan de muziektoren weet in te pakken. Een prestatie van nog groter formaat is het wanneer iemand de hele festivalwei stil weet te krijgen.

Dat lukte vrijdagavond Gerard Kessels tijdens de Dodenherdenking op Moulin Blues. Het moet gezegd, met een beetje hulp van buitenaf.
De columnist van deze krant vertelde over de Britse soldaat Walter Senior, die de bevrijding van Nederweert moest bekopen met de dood. Daarna vroeg Kessels om twee minuten stilte. Er klonk nog wat geroezemoes, gevolgd door een kreet ergens buiten.
Het was niet de roep van een ordeverstoorder.
Henri Colbers, bassist bij Mike’s Electric Mudd, die vorig jaar op het tweedaagse bluesfestival speelde, ergerde zich enorm aan het geklets buiten. „Acht uur!”, schreeuwde hij toen. „Zwijgen!” En dat deed iedereen.
The-Ragtime-Rumours
De volgende dag stond de bassist voor het hoofdpodium waar de Limburgse rootsband
Ragtime Rumours (zie foto), winnaar van de European Blues Challenge, klokslag twaalf uur de tweede dag met een diepe duik in de muziekgeschiedenis uitstekend opende. Met kunstschilder Sjaak Korsten (prinses Beatrix heeft werk van hem, red.) achter de drumkit, verscholen achter een joekel van een trom. De dikke trom van de vader van Henri. „Die komt uit een straatorgel. Sjaak wilde er een kunstwerk van maken. ‘Dan heb ik liever dat je die gebruikt’, heb ik hem toen gezegd’.” Het oude instrument is nu op festivals in heel Europa te zien, van Litouwen tot aan de Azoren.
Als beloning van de award.
Limburg deed het uitstekend deze editie. The Electrophonics, terug in Ospel na elf jaar, spetterden in de kleine tent met hun jump- en swingblues.
Voor een derde (Belgisch-) Limburgs feestje zorgde Doghouse Sam & His Magnatones, de veelzijdige band (blues, rock, swing) van presentator Wouter Celis.
De absolute sensatie volgde zaterdagmiddag.
Robert Jon & The Wreck, de grote onbekende op Moulin Blues, lukte het eerder gememoreerde huzarenstukje met gemak. De countryrockband vloog speciaal voor Moulin Blues over vanuit Californië. Het dak in de grote tent ging eraf tijdens hun fenomenale set, waarbij de gitaren domineerden.
De vijfkoppige band rond zanger/gitarist Robert Jon Burrison doet sterk denken aan Lynyrd Skynyrd en The Allman Brothers.
Gitarist Henry James, hij kwam er in januari bij, liet zich horen als genius met uitbundige, minutenlang durende opzwepende solo’s. Niet veel later zorgde rockband Hollis Brown uit New York in de kleine tent voor een energiek toetje. Goeie band, goeie liedjes en een show met volop vaart.
Wat dat laatste betreft, verzaakte Ian Siegal, die de vrijdagavond afsloot.
Zichtbaar geïmponeerd door het optreden van gitaarkoning Monster Mike Welch en zanger/gitarist Mike Leadbetter vroeg hij of Welch „nog iets voor hem had overgelaten”.
Het publiek wilde wel, maar Siegal minder. Na een sterk begin – met een hoofdrol voor de virtuoze gitarist Dusty Ciggaar – liet de nukkige Siegal het optreden verzanden.
De twee slotacts zaterdagavond – Kim Wilson (ex-Fabulous Thunderbirds) en Nick Moss (gitaar) featuring Dennis Gruenlin (mondharmonica) – pakten het veel beter aan. Zij zorgden voor vakmanschap, maar misten wel het heilige vuur van de toppers op de 33e editie.
Advertenties

Neil Young aan de Maas

Programmeur Johan Hauser (Zomerparkfeest en Grenswerk) bedacht Down by the River, naar een liedje van Neil Young. Zondag vindt in Venlo de vierde editie plaats van dit rootsfestival in de groei.  „Het is een nichemarkt, bedoeld voor fijnproevers.”

De credits voor Down by the River gaan vooral naar Jair Hoogland en Gijs Cals van boekingskantoor Sedate Bookings, moet Johan Hauser even kwijt. Zij waren de drijvende krachten achter het Queensday-punkfestival in Perron 55 in Venlo. Met het opdoeken van dat podium – Grenswerk kwam ervoor in de plaats – was het gedaan met Queensday. Daar moest iets voor in de plaats komen.

„Jair en Gijs zijn net als ik opgeschoven van punk richting roots. Zo kwamen we op een rootsfestival. De naam viel mij ineens in: Down by the River.”
Tijdens dit festival spelen zondag tien bands en artiesten met rootsinvloeden op drie locaties in de binnenstad: Grenswerk, de Joriskerk en café Locomotief. Bij ‘de Loco’ mogen ook bezoekers zonder betaald polsbandje naar binnen. Zoals gezegd helpen Jair en Gijs.
„Venlose jongens die een boekingskantoor hebben in Utrecht. Jaarlijks gaan ze naar Austin, naar het South by Southwest-festival om nieuwe artiesten te ontdekken en die naar Europa brengen.” Down by the River is in Nederland het kleine broertje van Take Root in Groningen. Dat betekent: een affiche met minder bekende namen, maar met verrassingen. Zo trad twee jaar geleden het volstrekt onbekende Mandolin Orange op. Een jaar later verkocht het duo de Joriskerk uit.
download
„We pretenderen niet de grootste namen te hebben, maar het is wel kwaliteit. Mensen komen echt om te luisteren. Artiesten krijgen de waardering die ze verdienen. Countryrockband Uncle Tupelo was voor ons het startpunt. Die gaf het genre een schop onder de kont. Hetzelfde willen wij doen met Down by the River: jonge artiesten die iets toevoegen aan een oude traditie.”Het festival biedt volop smaken, van de melancholieke folk van The Deep Dark Woods en de stekelige rock met perfecte liedjes van afsluiter Blitzen Trapper. De Yawpers – „de White Stripes on fire” – mixen rootsmuziek met invloeden van bands als The Cramps en Dead Kennedys. Singer-songwriter Andrew Combs (zie foto) – „mooie warme stem” – maakt zich steeds meer los van de Texasschool (Townes van Zandt, Guy Clark) door rock en pop te omarmen.

Zelf verwacht de programmeur veel van Twain, de band rond Mt. Davidson, die wordt vergeleken met wijlen Jeff Buckley. „Die indringende stem overvalt je gewoon.”De bezoekersaantallen laten een lichte groei zien. Maar veel groter dan nu wordt het niet, verwacht hij. „Het is een nichemarkt, bedoeld voor fijnproevers. Mijn droom was om De Maaspoort erbij te betrekken en daar iemand als Lucinda Williams als slotact te laten spelen. Maar we hebben ook met de regio van doen. Venlo is geen Groningen.”

Knalfinale blijft uit op Moulin Blues

IMG_6391 (1)
foto Angelo Lena

Het affiche van Moulin Blues beloofde een knalfinale met Doyle Bramhall II en The Blues Harp Explosion. Dat viel tegen. Bramhall II, een begenadigd gitarist, verzandde in gepriegel op zijn gitaren aangestuurd door een batterij aan effectpedalen. Er waren teveel dode momenten tijdens zijn optreden. Pas op het eind vlamde hij, en mocht hij zowaar een toegift spelen.

Voor gelegenheidsformatie The Blues Harp Explosion hadden James Harman, Magic Dick (J. Geils Band) en Giles Robson zich bij elkaar gegooid. De ultieme finale van de 33e editie van het bluesfestival in Ospel-Dijk bleek meer los zand dan een geoliede machine. Robson trapte af met band en introduceerde na zo’n vijf nummers Magic Dick, waarna Harman zijn opwachting mocht maken. Zeker van Magic Dick had het publiek meer mogen verwachten. Hij wisselde enkele klassiekers af met een tenenkrommend niemendalletje. Het kwam toch nog goed. Het publiek schreeuwde om Whammer Jammer, en kreeg Whammer Jammer.

Het hoogtepunt in de grote tent speelde zich ’s middags af met Bluescaravan. De opzet was dezelfde als bij The Blues Harp Explosion. Zet een paar muzikanten van de buitencategorie bij elkaar, laat ze om de beurt hun ding doen en een feestje is verzekerd. En dat werd het met Big Daddy Wilson, Si Crouston en Vanessa Collier uit de Duitse Ruf Records-stal. Laatstgenoemde vlamde met vette saxsolo’s. Crouston croonde als Sam Cooke en Wilson Pickett in één persoon en Wilson zorgde met zijn ervaring en klasse voor het bruggetje tussen de twee jongelingen. Het optreden eindigde in een feestelijke potpourri  met oude soulkrakers als Sitting on the doc of the bay, Stand by me en Twistin’ the night away. Het publiek kon er geen genoeg van krijgen.

Net zoveel bijval was er voor Davy Knowles, een fenomenaal gitarist en zanger. Denk aan Paul Rodgers (stem) en Rory Gallagher (verschijning) en deze Britse artiest staat op je netvlies. Fenomenale techniek, altijd hongerig. Het enige dat hij nog mist, zijn enkele ‘klassiekers’ in zijn songbook.

Een verrassing was er ook in de kleine tent. De Canadese songsmid Fred Eaglesmith (foto beneden) speelde zijn Americana-liedjes in een ruwere variant, samen met zijn echtgenote Tif Ginn (kort bont rokje, hoge hakken) drummend en dansend achter een kleine drumkit en Luke Stackhouse (met originele cowboy-broek) op de plukbas. Eaglesmith, die dramaliedjes koppelt aan humoristische verhaaltjes en one-liners tussendoor (“Het is moeilijk om een goed liedje over een Opel te schrijven”)  zag dat de kerels in het publiek vooral oog hadden. voor de vrouwelijke drummer en wist daar wel raad mee. “Dit is mijn vrouw”, sprak hij de kleine tent toe. “Haal jullie maar niks in het hoofd.”  Eaglesmith putte vooral uit zijn oudere liedjes, en had daar een verklaring voor. “Ik heb een nieuwe cd uit. Daar speel ik niet veel van, omdat mensen de oude liedjes willen horen. Dus speel ik hier over vijf jaar de liedjes van mijn nieuwe cd.”

Jammer van de haperende finale, maar toch kan de organisatie terugkijken op een geslaagde opening van het openlucht festivalseizoen. Ook financieel. De 33e editie trok circa zesduizend bezoekers. Extra omzet genereerden de tapkranen – mede dankzij het fraaie weer op zaterdag.

Tot slot: de organisatie verdient een pluim voor de inrichting van het terrein. Er stonden buiten voor het eerst zitbanken (zie foto). En wie toch wilde genieten van de muziek, die kon kijken op een groot beeldscherm.

IMG_6399
foto Angelo Lena

 

 

Moulin Blues feestend van start

IMG_20170505_235639
foto Angelo Lena

Opvallend was de uitgelaten sfeer tijdens de start van Moulin Blues, gisteren in Ospel-Dijk. Normaliter duurt het wel even voordat de meute zich laat gaan, maar dat was dit keer anders, wellicht aangestoken door Nationale Bevrijdingsdag.

De uitbundigheid ging wel ten koste van het optreden van Jake La Botz, die in zijn eentje het bluesfestival in de kleine tent mocht openen. Het toegestroomde publiek had weinig oog voor de verfijnde blues van de zanger/filmacteur uit Nashville.

Tegen het eind van het uur durend optreden stond er nog een handjevol fijnproevers te luisteren voor het podium. Zij hadden het geluk dat ze eindelijk konden luisteren naar het fraaie staccato gitaarspel van La Botz. Dat was ze de eerste drie kwartier door de luidruchtige meute bijna onmogelijk gemaakt. La Botz kon niets anders doen dan de versterker een tandje hoger zetten in een poging het publiek te overstemmen.

Waar het aan lag? Het publiek wilde meer show en sensatie. Dat bleek wel toen in dezelfde kleine ten Big Creek Slim (zie foto beneden) zijn opwachting maakte. Het verschil met het optreden van La Botz was dat deze Deen met een imponerende zwarte stem zich liet vergezellen door Peter Nande op mondharmonica en een zelf gefabriceerd kek basinstrument. Dat gaf extra schwung aan de liedjes.

IMG_20170505_201821
foto Angelo Lena

In de grote tent had het publiek inmiddels kunnen kennismaken van de eerste gitaarbeul: Nick Schnebelen. Een tikkeltje eentonig in zijn gitaarspel, maar wel veel power. Even later pakte Thorbjørn Risager & the Black Tornado als eerste act de grote ten in. Deze ‘Deense bluesviking’, zo stond hij aangekondigd op het affiche, speelde een energieke mix van blues en soul. Zijn band, inclusief blazers, stond als een huis.

Risager was voor de tweede keer te gast in Ospel. Hetzelfde gold voor Mr. Sipp (zie foto boven), die promoveerde tot slotact en dat met verve deed. Twee jaar geleden bewees de ‘Mississippi Blues Child’ al een entertainer te zijn, vrijdagavond voegde hij daar nog meer branie aan toe. Het enige dat aan zijn optreden ontbrak was een toegift.

Een zwakke schakel zat er gisteren niet tussen, of het moet Brandon Santini zij. De zanger/mondharmonicaspeler vormde op papier een tandem met gitarist Jeff Jenssen, maar liet zich volledig wegspelen door laatstgenoemde.

Vandaag vindt de tweede dag plaats van Moulin Blues. Vanaf 12.00 uur zijn er optredens van onder andere Doyle Bramhall II, Kirk Fletcher, Lurie Bell, Fred Eaglesmith en Blues Harp Explosion, featuring Magic Dick, James Harman en Giles Robson.

 

Lester Butler ontwaakt in Tegelen

The Red Devils, de bluesband van wijlen Lester Butler herrijst zaterdag 3 september in De Doolhof in Tegelen. Daar vindt dan de 32e editie van Bluesrock plaats.
Schermafbeelding 2016-08-19 om 16.53.42.pngLester Butler, na zijn optreden met The Red Devils op Pinkop 1993. Hij overleed in mei 1998, enkele dagen na zijn optreden tijdens Moulin Blues in Ospel.

DVL, een samenwerking tussen de uit Austin afkomstige Guy Forsyth en diverse bandleden van de Engelse band The Hoax, sluiten Bluesrock af met een eerbetoon  aan de veel te vroeg gestorven Lester Butler.  Het idee voor de tribute ontstond twee jaar geleden in Tegelen. Na een kort gesprek in de kleedkamer tussen beide partijen tijdens Bluesrock vergezelde Guy Forsyth The Hoax op het podium voor een losbandige versie van ‘Going To The Church’ van The Red Devils. De bandleden waren het met elkaar eens: ‘Dit gaan we overdoen’. Na een paar emails over en weer was DVL geboren. DVL is een unieke kans om de muziek van The Red Devils te zien met een vleug authenticiteit, flair en compromisloze energie, aldus Buro Pinkpop.

Tweede publiekstrekker is Barrelhouse, een Nederlandse bluesband die al meer dan veertig jaar bestaat. Een optreden in Beringe eind vorig jaar toonde aan dat de band rond zangeres Tineke Schoemaker en de broers Johnny en Guus Laporte broers op gitaar nog steeds tot de absolute top behoort. Op 2 september, de dag voor Bluesrock, verschijnt hun nieuwe CD ‘Almost There’.

De Limburgse band Howlin’ Stone opent de 32e editie van het festival. De vier muzikanten, met  zanger/gitarist Tom Janssen als spil, spelen de blues met ongekende emotie en energie. Een van de grootste inspiraties is de jong overleden gitarist Sean Costello. De afgelopen twee jaar speelde Howlin’ Stone op diverse bekende Nederlandse bluesfestivals. In 2014 was de rootsband finalist bij de Dutch Blues Challenge. Hier wisten de jonge muzikanten drie mooie prijzen in de wacht te slepen, waaronder een optreden op het Culemborg Blues festival. De derde ep van Howlin’ Stone, getiteld ‘Oh Death’, komt binnenkort uit.

logo

 

Na Howlin’ Stone is het de beurt aan The Greasy Slicks. Deze Britse rockband is opgericht in 2012 en bestaat uit Jack Kendrew (gitaar, zang) Rian O’Grady (drums) en Nathan Rasdall (bas). ‘De muzikale energie in combinatie met hun nauwgezette aandacht voor dynamiek betovert consequent het publiek tijdens hun gepassioneerde live shows, die ook uitgevoerd zijn met precisie en een duidelijke groove’, belooft de organisatie. Na de release van twee ep’s is het wachtren op de debuut-cd.

De Amerikaan Bob Wayne is onze geheimtip. Hij begon als gitaartechnicus bij Hank Williams III – de kleinzoon van countryzanger Hank Williams – die in 2009 op het podium van Bluesrock stond. Inmiddels is deze in Nashville woonachtige countryrocker samen met zijn begeleidingsband The Outlaw Carnies al jaren zelf constant op tournee. Zelf noemen ze hun muziek ‘hellbilly’, gebaseerd op alle muzieksoorten die op -billy eindigen; hilbilly, psychobilly, rockabilly en punkabilly. Na zes reguliere albums, brachten ze in 2015 het album ‘Hits The Hits’ uit. Het album bevat covers van artiesten zoals Red Hot Chili Peppers, Rihanna, The Rolling Stones en zelfs Bob Marley (I shot the sheriff, ook bekend van Eric Clapton). Uiteraard allemaal gespeeld in hun eigen billy-stijl.

Birth of Joy uit Amsterdam is beroemder in het buitenland dan in eigen land. Na zo’n beetje oneindig te hebben getourd door heel Europa en een beetje in Amerika en Afrika – 450 shows in drie jaar – heeft de veelzijdige band zich bewezen als een echte liveband. Hun rockmuziek doet denken aan Emerson, Lake en Palmer, maar dan wel gestoken in een eigentijds jasje.  Ofwel psychotische jams gecombineerd met stoner en grunge, inclusief een punk-attitude.

Nederland is geen onbekend terrein voor Jo Harman. De Britse zangeres verzorgde eerder voorprogramma’s van The Cranberries, Don McClean, Mick Hucknall en Johnny Winter en stond ze in zalen als de Heineken Music Hall, Carré en Paradiso. Door de Britse pers wordt ze lovend omschreven als ‘het beste bluestalent uit het Verenigd Koninkrijk’. Haar stem doet denken aan Joss Stone, maar dan rauwer. Haar debuutalbum ‘Dirt On My Tongue’ blijkt niet alleen bij bluesfans  in de smaak te vallen, maar ook bij liefhebbers van jazz, soul, gospel en country.

Fantastic Negrito is het project van de uit Oakland afkomstige frontman en songwriter met de moeilijk uit te spreken naam, Xavier Dphrepaulezz. Triomf en tragedie gaan hand in had bij hem. Van een miljoenendeal in de jaren negentig tot een bijna fataal auto-ongeluk. Zijn debuutalbum ‘The Last Days of Oakland’ gaat over zijn, zoals hij het zelf noemt, derde wedergeboorte en kwam begin juni uit. Ongetwijfeld zal deze veelzijdige plaat centraal staan tijdens zijn optreden in Tegelen.

De liefhebbers van stevige bluesrock komen aan hun trekken tijdens het optreden van de Danny Bryant. De 35-jarige Brit speelde meer dan 2000 club- en festivalshows. Begin 2016 bracht hij zijn derde studio-album ‘Blood Money’ uit. Gitaarbeul Bryant ziet de plaat het als een hommage aan alle verschillende invloeden waar hij al zoveel jaar van houdt. Gitaargod Joe Bonamassa noemde Bryant ‘een fantastische gitarist, die in staat is om een Fender Stratocaster écht te laten zingen’.

Ook voorverkoop in:

  • Geleen: Buro Pinkpop
  • Heerlen: Satisfaction & VVV
  • Middelburg / Oost Souburg: Pedaal Produkties
  • Sittard: Music Machine & VVV
  • Tegelen: Café de Witte en The Read Shop
  • Venlo: Sounds

 

Shawn Colvin en Steve Earle – Colvin & Earle ***

earleZij overwon drank, hij harddrugs. Beiden hebben een scheiding achter de rug, Steve Earle zelfs zeven. Na zijn breuk met Allison Moorer zocht de zanger, schrijver en acteur twee jaar geleden de samenwerking op met gewezen Grammy-winnares Shawn Colvin. Drie schrijfsessies leverden zes liedjes op over vooral de donkere kanten van de liefde. Ze werden aangevuld met een nummer van Emmylou Harris en drie covers uit de jaren zestig – waaronder een weinig opzienbarende versie van Ruby Tuesday. Buddy Miller zorgde voor een hem wel toevertrouwde ongepolijste productie. Prijsnummers: You’re right I’m wrong en Come what may die niet hadden misstaan op Earles klassieker I feel alright. Tussen het overtuigende begin en dito finale zitten helaas enkele zwakke schakels. Een vierde schrijfsessie had dat euvel wellicht kunnen verhelpen.

Carter Sampson – Wilder Side *****

sampsonAustin en Nashville gelden als ultieme americana-steden. Daar mogen we nu ook Oklahoma toe rekenen. Parker Millsap, John Fulbright en John Moreland komen ervandaan, ook Carter Sampson. Met Wilder side krijgt ze Europa aan haar voeten. Afgelopen maand toerde de zangeres door Italië om haar vierde cd te promoten. Haar gelegenheidsband – Sjaak Korsten (drums), BJ Baartmans (gitaren), Erik de Vries (bas) – deed er op Facebook uitgebreid verslag van, terwijl ondergetekende zich thuis laafde aan haar ijzersterke plaat die kan wedijveren met het klassieke debuut van Slaid Cleaves. Wat mij niet loslaat is haar lenige stem met een kartelrandje en de eenvoudige muzikale structuur van haar tien liedjes, die rijkelijk en gevarieerd worden ingevuld met voornamelijk snareninstrumenten. Wilder side is het dagboek van een artieste onderweg. Sampson, uitblinker in beeldend schrijven, geniet van de natuur, mijmert in Texas over haar ex en brengt tot slot een bezoek aan de kerk van Al Green in Memphis, waar gospelmuziek de duivel doet vervliegen.