Knalfinale blijft uit op Moulin Blues

IMG_6391 (1)
foto Angelo Lena

Het affiche van Moulin Blues beloofde een knalfinale met Doyle Bramhall II en The Blues Harp Explosion. Dat viel tegen. Bramhall II, een begenadigd gitarist, verzandde in gepriegel op zijn gitaren aangestuurd door een batterij aan effectpedalen. Er waren teveel dode momenten tijdens zijn optreden. Pas op het eind vlamde hij, en mocht hij zowaar een toegift spelen.

Voor gelegenheidsformatie The Blues Harp Explosion hadden James Harman, Magic Dick (J. Geils Band) en Giles Robson zich bij elkaar gegooid. De ultieme finale van de 33e editie van het bluesfestival in Ospel-Dijk bleek meer los zand dan een geoliede machine. Robson trapte af met band en introduceerde na zo’n vijf nummers Magic Dick, waarna Harman zijn opwachting mocht maken. Zeker van Magic Dick had het publiek meer mogen verwachten. Hij wisselde enkele klassiekers af met een tenenkrommend niemendalletje. Het kwam toch nog goed. Het publiek schreeuwde om Whammer Jammer, en kreeg Whammer Jammer.

Het hoogtepunt in de grote tent speelde zich ’s middags af met Bluescaravan. De opzet was dezelfde als bij The Blues Harp Explosion. Zet een paar muzikanten van de buitencategorie bij elkaar, laat ze om de beurt hun ding doen en een feestje is verzekerd. En dat werd het met Big Daddy Wilson, Si Crouston en Vanessa Collier uit de Duitse Ruf Records-stal. Laatstgenoemde vlamde met vette saxsolo’s. Crouston croonde als Sam Cooke en Wilson Pickett in één persoon en Wilson zorgde met zijn ervaring en klasse voor het bruggetje tussen de twee jongelingen. Het optreden eindigde in een feestelijke potpourri  met oude soulkrakers als Sitting on the doc of the bay, Stand by me en Twistin’ the night away. Het publiek kon er geen genoeg van krijgen.

Net zoveel bijval was er voor Davy Knowles, een fenomenaal gitarist en zanger. Denk aan Paul Rodgers (stem) en Rory Gallagher (verschijning) en deze Britse artiest staat op je netvlies. Fenomenale techniek, altijd hongerig. Het enige dat hij nog mist, zijn enkele ‘klassiekers’ in zijn songbook.

Een verrassing was er ook in de kleine tent. De Canadese songsmid Fred Eaglesmith (foto beneden) speelde zijn Americana-liedjes in een ruwere variant, samen met zijn echtgenote Tif Ginn (kort bont rokje, hoge hakken) drummend en dansend achter een kleine drumkit en Luke Stackhouse (met originele cowboy-broek) op de plukbas. Eaglesmith, die dramaliedjes koppelt aan humoristische verhaaltjes en one-liners tussendoor (“Het is moeilijk om een goed liedje over een Opel te schrijven”)  zag dat de kerels in het publiek vooral oog hadden. voor de vrouwelijke drummer en wist daar wel raad mee. “Dit is mijn vrouw”, sprak hij de kleine tent toe. “Haal jullie maar niks in het hoofd.”  Eaglesmith putte vooral uit zijn oudere liedjes, en had daar een verklaring voor. “Ik heb een nieuwe cd uit. Daar speel ik niet veel van, omdat mensen de oude liedjes willen horen. Dus speel ik hier over vijf jaar de liedjes van mijn nieuwe cd.”

Jammer van de haperende finale, maar toch kan de organisatie terugkijken op een geslaagde opening van het openlucht festivalseizoen. Ook financieel. De 33e editie trok circa zesduizend bezoekers. Extra omzet genereerden de tapkranen – mede dankzij het fraaie weer op zaterdag.

Tot slot: de organisatie verdient een pluim voor de inrichting van het terrein. Er stonden buiten voor het eerst zitbanken (zie foto). En wie toch wilde genieten van de muziek, die kon kijken op een groot beeldscherm.

IMG_6399
foto Angelo Lena

 

 

Moulin Blues feestend van start

IMG_20170505_235639
foto Angelo Lena

Opvallend was de uitgelaten sfeer tijdens de start van Moulin Blues, gisteren in Ospel-Dijk. Normaliter duurt het wel even voordat de meute zich laat gaan, maar dat was dit keer anders, wellicht aangestoken door Nationale Bevrijdingsdag.

De uitbundigheid ging wel ten koste van het optreden van Jake La Botz, die in zijn eentje het bluesfestival in de kleine tent mocht openen. Het toegestroomde publiek had weinig oog voor de verfijnde blues van de zanger/filmacteur uit Nashville.

Tegen het eind van het uur durend optreden stond er nog een handjevol fijnproevers te luisteren voor het podium. Zij hadden het geluk dat ze eindelijk konden luisteren naar het fraaie staccato gitaarspel van La Botz. Dat was ze de eerste drie kwartier door de luidruchtige meute bijna onmogelijk gemaakt. La Botz kon niets anders doen dan de versterker een tandje hoger zetten in een poging het publiek te overstemmen.

Waar het aan lag? Het publiek wilde meer show en sensatie. Dat bleek wel toen in dezelfde kleine ten Big Creek Slim (zie foto beneden) zijn opwachting maakte. Het verschil met het optreden van La Botz was dat deze Deen met een imponerende zwarte stem zich liet vergezellen door Peter Nande op mondharmonica en een zelf gefabriceerd kek basinstrument. Dat gaf extra schwung aan de liedjes.

IMG_20170505_201821
foto Angelo Lena

In de grote tent had het publiek inmiddels kunnen kennismaken van de eerste gitaarbeul: Nick Schnebelen. Een tikkeltje eentonig in zijn gitaarspel, maar wel veel power. Even later pakte Thorbjørn Risager & the Black Tornado als eerste act de grote ten in. Deze ‘Deense bluesviking’, zo stond hij aangekondigd op het affiche, speelde een energieke mix van blues en soul. Zijn band, inclusief blazers, stond als een huis.

Risager was voor de tweede keer te gast in Ospel. Hetzelfde gold voor Mr. Sipp (zie foto boven), die promoveerde tot slotact en dat met verve deed. Twee jaar geleden bewees de ‘Mississippi Blues Child’ al een entertainer te zijn, vrijdagavond voegde hij daar nog meer branie aan toe. Het enige dat aan zijn optreden ontbrak was een toegift.

Een zwakke schakel zat er gisteren niet tussen, of het moet Brandon Santini zij. De zanger/mondharmonicaspeler vormde op papier een tandem met gitarist Jeff Jenssen, maar liet zich volledig wegspelen door laatstgenoemde.

Vandaag vindt de tweede dag plaats van Moulin Blues. Vanaf 12.00 uur zijn er optredens van onder andere Doyle Bramhall II, Kirk Fletcher, Lurie Bell, Fred Eaglesmith en Blues Harp Explosion, featuring Magic Dick, James Harman en Giles Robson.

 

Son Volt – Notes of Blue ****

SONVOLT-notes-of-blueJay Farrar = Son Volt. Net als Jeff Tweedy komt hij voort uit Ucle Tupelo, een in kleine kringen gelauwerde countryrockband van weleer. Terwijl Tweedy daarna met Wilco steeds groter successen vierde, leek Farrar met Son Volt na het geweldige debuut Trace (1995) op te drogen. Met jaarlijstjesplaat Notes of Blue maakt hij een meer dan geslaagde come-back. Geïnspireerd door deltablues (muziek) en Nick Drake (poëzie) wisselt hij onstuimige rock af met kale, donkere ballads waarin de Apocalyps nooit ver weg is. Die combinatie van beton en fragiliteit laat het opvallend korte Notes of blue, luisterduur: een half uur, ongemeen flink knetteren. (De Limburger)

 

Nikki Lane Titel – Highway Queen ****

lane
Pas op haar 25ste schreef Nikki Lane haar eerste liedje. Vrienden zeiden: ‘Word zangeres.’ Zei Niki: ‘Ik moet morgenvroeg werken.’ Het werd: ‘Och, waarom niet.’ Op Highway Queen, haar derde cd, straalt ze als een ster. Stoer staand op twee Texaanse stieren met indrukwekkende longhorns, zo zien we op de binnenhoes, trekt ze vol overtuiging de wijde wereld in. De Dixie Chicks vergaarden eerder roem door country te verbinden aan rock en pop.  Lane kiest voor dezelfde koers, al ligt het accent bij haar op knisperende rock- en popliedjes met pittige teksten en ze voegt er met enkele fraai gezongen ballads ware tragiek aan toe. Op het podium is de zangeres uit Nashville een indrukwekkende verschijning, ervoeren de bezoekers van het festival Down by the river in Venlo vorig jaar. Toen speelde ze in een triobezetting akoestisch.  Hoog tijd dat ze met rockband de festivals deze zomer in vuur en vlam komt zetten.

Ryan Adams – Prisoner ***

adams
Do you still love me?, zingt Ryan Adams op het gelijknamige openingsnummer van Prisoner, begeleid door een hemels kerkorgel. De fan weet het antwoord: Nee. De scheiding met actrice/zangeres Mandy Moore voltrok zich in de zomer van vorig jaar. Genoeg leed om een nieuwe cd mee te vullen. En is ellende geen garantie voor een artistiek hoogstandje? Helaas, niet dit keer. Prisoner telt een flink aantal fraaie liedjes, maar in totaliteit is het toch een tikkeltje belegen album, zeker in vergelijking met Adams’ vorige studioplaat van drie jaar geleden die hier nagalmt. Intussen is hij wel hard op weg naar de sterrenstatus. Een mindere plaat zal daar niets aan veranderen.
Daarvoor is zijn songbook inmiddels te indrukwekkend.

Jonge Amerikaanse muzikanten maken furore met stokoude muziek. Zoals Mandolin Orange. Het duo – Andrew Marlin (29, gitaar, mandoline, banjo, zang) en Emily Franz (29, viool, zang) – treedt donderdag op in Venlo.

mandolin_orange

Succes met stokoude muziek

VENLO  – Liedjes over reizende artiesten zijn van alle tijden.
Meest beroemde voorbeeld is wellicht The load out van Jackson Browne.
De band zit in een grote bus, kijkt video en luistert naar muziek. En vertoeft ’s avonds in hotels.
Zover was zijn roem nog niet gestegen, toen Andrew Marlin Hard travelin’ schreef. Met een knipoog verhaalt de multi-instrumentalist over de doodarme muzikant, die na een optreden ver weg van huis ’s nachts bij fans op een bank slaapt. Het gemis van zijn lief verdringt hij met de whiskyfles. „Het is een oud liedje. Het toeren was anders in die tijd. Slapen deden we op een matje in een oud bestelbusje”, vertelt violiste Emily Franz door de telefoon vanuit thuishaven Chapel Hill, North Carolina. „Nu spelen we voor meer mensen in grotere zalen. Slapen doen we in hotels.”
Hard travelin’ staat op de cd Blindfaller, die eind 2016 menig muziekjaarlijstje sierde en die Mandolin Orange naar een hoger niveau bracht. Haste Make (Hard Hearted Stranger), de eerste cd, zorgde voor de eerste optredens buiten North- Carolina. Tegenwoordig zijn ze meer weg van huis – „drie vierde van onze tijd” – dan thuis. „Afgelopen jaar was een gekkenhuis. Dit jaar doen we het iets rustiger aan”, zegt Emily Franz.
Mandolin Orange grijpt net als hun grote voorbeelden Gillian Welch en David Rawlings terug op bluegrass, country en folk en kneedt deze oude muziekstijlen tot een eigen geluid.  Meer jonge muzikanten uit Amerika beproeven hetzelfde concept en zijn er succesvol mee. De bekendste voorbeelden zijn Cactus Blossoms en de Milk Carton Kids (zie kader).  De ene (Cactus Blossoms) vindt in The Everly Brothers zijn bron, de andere in Simon & Garfunkel en muziek van allang vervlogen tijden.
Emily: „We zijn allemaal beïnvloed door oude muziek, terwijl we qua uitvoering nogal van elkaar verschillen. Het mooie van spelen als duo is dat de subtiliteit hoorbaar is. Veel meer dan dat je met een band speelt.”
Emily leerde als kind klassiek viool spelen. Na haar universitaire studie gezondheidskunde zou ze verloskundige worden. De plannen veranderden plotseling toen ze acht jaar geleden Andrew ontmoette tijdens een jamsessie in een kroeg. Het klikte meteen tussen de twee. Sindsdien zijn ze onafscheidelijk.
Andrew schrijft alle teksten en basismelodieën, Emily maakt daar vioolpartijen bij en verzorgt de harmonyzang.  „Ik groeide op met traditionele bluegrass en zong in een kerkkoortje.  Andrew was meer van Pearl Jam en de metal van Pantera.  Een oude bluesgrass-plaat van Ricky Skaggs en Tony Price bracht hem op een ander pad.
Toen is hij mandoline gaan spelen.  Op een geleend oud, oranje exemplaar. Het verklaart de bandnaam Mandolin Orange.”
Trouwens, zo groot is het verschil tussen bluegrass en metal niet, zegt ze. Die opmerking behoeft een verklaring. Herrie versus fijnbesnaardheid, waar raken die dan elkaar? „Bluegrass wordt vaak razendsnel gespeeld, net als metal. Dat maakt de muziek zo krachtig. Het enige verschil is het volumegehalte, haha.”
Mandolin Orange speelt 9 februari in de Petruskerk in Venlo. Het optreden is uitverkocht.  Dit artikel verscheen eerder in De Limburger en het Limburgs Dagblad.

Delbert McClinton & Selfmade Men – Prick of the Litter ****

delbert
Dan kom je als artiest op een leeftijd dat je je niet meer druk maakt over de vraag of je nog wel hip bent. Heeft Delbert McClinton (76) trouwens nooit gedaan. Dat is zo iemand als Randy Newman en wijlen Captain Beefheart. Die plavei(d)en hun eigen paden. Dat doet McClinton sinds 1972 en hij gebruikt daarvoor blues, jazz, soul en rock. Op Prick of the litter, zijn onderhand dertigste plaat, klinkt hij opvallend relaxed met zijn band The Self-made Men.  Schuifeljazz met blazers en toetsen domineert, af en toe onderbroken door een funkier en harder geluid.  Elf nummers schreef hij samen met andere muzikanten, het twaalfde is een snellere en muzikaal royalere uitvoering van The hunt is on van Percy Mayfield. McClintons stem van schuurpapier vertoont slijt, maar klinkt nog altijd wondermooi en helemaal op het prijsliedje met Randy Newman-signatuur, Rosy.