
Het gebeurt vaker dat op Moulin Blues vroeg in de middag de vlam in de pan slaat. Zo ook zaterdag tijdens de 26e editie toen de ‘jonge hoop van de blues’ werd aangekondigd. De Homemade Jamz Blues Band kreeg het voor elkaar, een piepjong donker trio. Drumster Taya is pas 12 jaar, bassist Kyle 16 en zanger/gitarist Ryan 19. Pa Perry deed mee op mondharmonica, bijna vanuit de coulissen.
Pa is tevens de bedenker en maker van de futuristisch ogende gitaren van zijn zoons. Twee normale gitaarhalzen, gelardeerd met auto-onderdelen, inclusief dubbele knalpijp, waar tijdens het optreden warempel echt rook uit kwam. Billy Gibson van ZZ Top zou spontaan jaloers zijn geworden als hij het zag. Het publiek kreeg de pronkstukken van nabij te zien, want Kyle en Ryan maakten twee keer een middagwandeling door het publiek, terwijl hun zusje ijverig bleef doormeppen op het podium.
De Homemade Jamz Blues Band speelde veel werk van de laatste cd, The Game, die na het optreden massaal over de toonbank ging, inclusief handtekeningen van de stralende familie. De muzikanten keken nog meer op van de vurige reacties tijdens het spelen dan het publiek van de prestaties op het podium.
Het duurde even voordat ze de cadans gevonden hadden, maar toen was er ook geen houden meer aan. Vuige deltablues vulde de tent tot het eind, waarna de verdiende toegift volgde. Niet alleen pa liet van zich horen, zo ook een jonge Duitse gastgitarist, die ze via internet hadden leren kennen. Het bleek te gaan om Clemens Bombien uit Kempen, vlak over de grens bij Venlo. Gewapend met een Gibson Firebird liet hij enkele harde solo’s horen. En dat allemaal zonder vooraf even te oefenen.
Hokie Joint
Vrijdagavond was Moulin Blues rustig van start gegaan. Opwindend was het niet allemaal, al vond de echte liefhebber zijn gading toch wel. De ene prees Hokie Joint, terwijl de andere de Britse band maar niks vond en uit zijn dak ging bij de Killborn Alley Blues Band of bij de Mike Sanchez Band. Op bijzonder weinig bijval kon de afsluiter rekenen, Los Lonely Boys uit Texas. Hun mix van volksmuziek en blues smaakte als slappe koffie, al dachten de fans voor het podium daar duidelijk anders over.
De zaterdag was andere koek. Niet dat alle 4500 bezoekers de muzikale huzarenstukjes allemaal meepikten, daarvoor was het weer te mooi. Vriendengroepen verkozen tot zonsondergang de tap buiten en het grasveld boven de muziek in de twee tenten.
Cultheld Shawn Pitttman, bijgestaan door de twee Moeller Brothers, speelde een formidabele set. Bewust koos hij voor een trio-setting, met twee gitaren en drums. De rol van de bassist namen Pittman en John Moeller beurtelings van elkaar over op hun sologitaren. Dat was niet alleen verbluffend om te zien, maar het werkte ook nog eens. Jason Moeller op drums was trouwens ook een genot om te zien, zo relaxed als hij speelde.
Nick Moss
John Németh wist aardig te boeien met een mix van lichtere blues en zoete soul. Janiva Magness, in galajurk, bewaarde haar beste kunnen voor het tweede deel toen zij en haar band goed los gingen. En toen was het de beurt aan Nick Moss met zijn band de Flip Tops. Moss is een gitaarbeul, maar wel eentje met inhoud, zo bewees hij met een uitgesponnen versie van een nummer van zijn nieuwe cd. Moss was de eerste die het publiek achter de muziektoren wist te bereiken. De finale diende zich voorzichtig aan, toen tijdens de toegift Kim Wilson meedeed op mondharmonica.
In de kleine tent speelde het programma zich af tussen de hoofdacts in de grote tent. Alleen voor Ian Siegal werd een uitzondering gemaakt. Vanwege problemen met reizen – hij arriveerde te laat – speelde hij niet twee korte sets, zoals alle andere artiesten voor hem, maar één lange set. Dat was iets teveel gevraagd. De akoestisch gespeelde liedjes, voorzien van de mondharmonica van Big Pete, waren teveel van hetzelfde.
De finale met The Fabulous Thunderbirds betekende een weerzien met de broertjes Moeller. Muzikaal gezien zonder meer de beste band van het festival, met verder Mike Keller (gitaar) en Randy Bermudes (bas). Wilson, in zijden pak gestoken, toonde zich een ware showman. Hij kan het zich als een van de weinige permitteren om uitstapjes te maken naar reggae of soul, zonder dat het eenkennige bluespubliek massaal begint te snerpen. De band spon het bluesgenre volkomen uit, variërend van licht-subtiel to dampend-zwaar. De smulpapen kwamen oren tekort.
